found in translation – aflevering 14
25/12/2025 — Om te vieren dat mijn werk (ook de komende jaren) in zoveel talen vertaald wordt, heb ik besloten al mijn vertalers te interviewen. Omdat hun werk al te vaak onderbelicht blijft en zij meestal buiten beeld, terwijl een boek in het buitenland maar zo goed is als zijn vertaler. Hun métier, koppigheid, taalgevoel, creativiteit en precisie zorgen ervoor dat een boek zijn ziel behoudt, dat het ritme klopt, het proza zingt, de betekenis niet verschuift en de spitsvondigheden niet afvlakken. In het beste geval wordt je boek er zelfs beter van dan het was. Omdat ik zelf ook weleens iets vertaal weet ik het maar al te goed: het is een (vaak onderbetaald) vak dat engelengeduld vraagt, vaak aartsmoeilijk en soms frustrerend is, maar dat ook intense voldoening kan schenken. En dat meer aandacht verdient.
Dus ziehier — een hommage aan de vertaler. In aflevering 14:
Laura Pignatti, die Trofee naar het Italiaans vertaalde.
Het boek verschijnt dit najaar bij Einaudi!
13 vrijblijvende vragen
Hoe begin je aan een vertaling?
Meestal lees ik eerst het boek, tenzij het een erg spannend boek of een thriller is, want in dat geval wil ik liever niet weten hoe het precies afloopt, tijdens het vertaalwerk. Omdat ik de lezer op geen enkele manier wil beïnvloeden. Ik vertaal het gehele boek achter elkaar. De vertaling is dan zeker nog niet definitief, maar ik probeer om gaandeweg ook in de eerste versie al zoveel mogelijk op te lossen. Indien mogelijk, laat ik dan de vertaling even met rust, en begin later te proeflezen. Meestal twee of drie of vier keer. Dit is het gedeelte van het werk waar ik het meest van houd en geniet: het zorgvuldige vijlen en slijpen.
Werk je nauw samen met een auteur, of net niet?
(En waarom? Wat zijn de voor- en nadelen?)
Als ik al vertalend iets tegenkom wat voor mij niet helemaal duidelijk is, of waarvan ik denk ik wil het voor de zekerheid liever vragen, dan trek ik graag aan de bel van de auteur. Maar eigenlijk hoef ik niet per se contact op te nemen. Ik vind namelijk dat een boek idealiter alles al zou moeten kunnen vertellen, zonder dat de auteur verder moet ingrijpen. Het is wel waar dat als ik een vraag heb voor een auteur, die altijd blij is om iets te kunnen verduidelijken en me alle hulp geeft die ik nodig heb. Soms vind ik wat tikfoutjes, of heel soms een fout, en meld die dan ook.
Voor mij voelt vertalen als lezen van binnenuit, waarbij je in het hoofd van de auteur probeert te kijken en dus analytisch naar een tekst kijkt. Kan je nog genieten van het boek als je het vertaalt? Verandert vertalen je manier van lezen?
Ja, vertalen is voor mij een speciale, zeer grondige en diepgaande, langzame manier van lezen. Vertaler zijn, betekent dan ook dat ik wel kan genieten van een boek, maar dat ik al lezend vaak aan vertaalkundige kwesties denk, of (als ik een boek in vertaling lees) erg kritisch kan zijn ten opzichte van een collega vertaler. Positief, als ik mooie zinnen en vertalingen lees, waarvan ik denk dit is een goede oplossing, maar ook negatief, als er dingen niet kloppen of als ik de oorspronkeijke taal ken, en begrijp dat de vertaling anders of beter had kunnen zijn. Of als het om een te oude vertaling gaat. Al vertalend kan ik zeker ook van een boek genieten, want vertalen is voor mij vooral genieten.
Welk soort werk vertaal je meestal? Welke auteurs vertaal je (graag)?
Hoe kwam mijn tekst bij jou terecht?
Meestal vertaal ik fictie en kinder- en jeugdliteratuur. De afwisseling tussen deze twee genres vind ik erg belangrijk en heel fijn. Trofee werd door een grote Italiaanse uitgeverij aangekocht, waarvoor ik al jaren geleden een paar boeken uit het Nederlands had vertaald. Er kwam een nieuwe editor, en die vroeg me of ik het boek wilde vertalen. En onlangs vroeg ze me ook om Het geschenk te vertalen.
Wat vond je fijn aan het vertalen van mijn werk, en wat net lastig?
Waar lagen de uitdagingen, de moeilijkheden, de kansen? Welke passage heb je vervloekt?
De natuurbeschrijvingen vond ik bijzonder mooi om te lezen en te vertalen. De dieren, de natuur en de jacht beschrijf je op een erg zintuigelijke manier die de lezer het gevoel geeft om daar te zijn in de Afrikaanse natuur waar het verhaal speelt, en alles te kunnen zien, voelen, horen en ruiken. Het was uiteraard een uitdaging, om zo mogelijk hetzelfde effect proberen te bereiken. Voor mij was de jacht op zich een uitdagend onderwerp: al zijn er in mijn familie een aantal boswachters geweest, weet ik zelf bijna niets over de jacht, dus moest ik opzoeken hoe een geweer in elkaar zit of jachttermen gaan checken.
Wat is het mooiste dat je ooit vertaalde (van wie dan ook )?
Er zijn een aantal auteurs wiens werken ik altijd erg graag vertaal. William Trevor en Anne Tyler, wat het Engels betreft, en Bart Moeyaert en Renate Dorrestein uit het Nederlands.
Is vertalen een kunst (en een kwestie van inspiratie) of toch eerder een vak (en dus métier)?
Vertalen is volgens mij een kunst waar uiteraard ook inspiratie voor nodig is, maar ook en vooral een métier. Je moet een aantal dingen leren, gewoon de twee talen kennen is meestal niet voldoende. Vertalen is ook een soort spel, je moet van woorden houden, en ermee om kunnen gaan. Het vergt geduld, nauwkeurigheid, en veel tijd. En door te vertalen kun je het vak beter leren en beter worden.
Waarom ben je literair vertaler geworden?
Wat zijn de kwaliteiten van een goede literaire vertaler?
Mijn familie is tweetalig: Italiaans van mijn vader, en Duits van mijn moeders kant. Daardoor vertaal ik bijna continu, eigenlijk sinds ik ben begonnen te spreken. Mijn oma sprak alléén Duits, dus vertaalden wij kleinkinderen voor haar, heen en weer. Mijn moeder leerde wel het Italiaans, maar sprak het nooit perfect, nog steeds niet, met 96. Ze zei dus vaak dingen die min of meer klopten. Dus groeide er in mij een groot verlangen naar precisie en naar de juiste manier om dingen te zeggen, niet alleen ongeveer. Ik denk dat mijn vertaalwens toen werd geboren.
Een goede literaire vertaler moet niet alleen de twee talen, maar ook de cultuur van de twee gebieden goed kennen. Geduld, precisie, evenwicht, fantasie, gevoel voor klank en ritme, aandachtig kunnen lezen en vooral luisteren, kunnen schrijven, en een groot woordenschat, zijn een paar van de belangrijke kwaliteiten die een literaire vertaler zou moeten hebben.
Heb je een metafoor of een uitdrukking waar je vertalen graag mee beschrijft?
Vertalen is niet zomaar een mechanische taak, geen vluchtige bezigheid. Het is een langzaam en nauwgezet proces dat ik graag vergelijk met het slijpen en vijlen van een edelsteen. Elke zin vraagt om aandacht, elk woord om overweging. Vertalen is een reis van lezen en herlezen, van constant vijlen en verbeteren. Dit geduldige werk leidt tot de ultieme beloning: de meest accurate weergave van de oorspronkelijke betekenis.
Wanneer / waar / hoe vertaal je? (voel je niet verplicht te antwoorden, ik ben gewoon altijd benieuwd naar werkplaatsen, gewoontes, werkritmes, etc.)
Ik vertaal de hele tijd, als het kan, ook de hele dag, graag uren aan elkaar en niet in korte fragmenten. Meestal en liefst werk ik thuis, aan mijn werktafel. Maar ik kan ook goed mijn laptop ergens anders verplaatsen, als het maar rustig en stil en licht is. Bijna nooit vertaal ik in een trein, een cafe of ergens op weg.
Bio Laura Pignatti:
Ik studeerde vertalen aan de Universiteit van Triëste en ging daarna fulltime aan de slag als literair vertaler Nederlands-Italiaans en Engels-Italiaans. Vooral vertaal ik fictie en kinder- en jeugdliteratuur. Inmiddels heb ik bijna 250 vertalingen op mijn naam staan, waarvan ruim 160 uit het Nederlands. Teksten van o.a. Harry Mulisch, Hella Haasse, J.J. Slauerhoff, Cees Nooteboom, Anjet Daanje, Anne Frank, Renate Dorrestein, Toon Tellegen, Stefan Hertmans, Bart Moeyaert, Stefan Boonen, Edward van de Vendel, Anne Tyler, Margaret Atwood en William Trevor.