het wederwoord
26/04/2026 — Grote Markt, Sint-Niklaas
Als cultureel ambassadeur van Sint-Niklaas wou ik ook iets leesbaar achterlaten in het stadsbeeld, een tekst, een zin om over na te denken. Niks logischer dan een wederwoord te schrijven als antwoord op Het Woord, dat prachtige en iconische standbeeld op onze Grote Markt, dat evenwel een verouderde manier van denken belichaamt.
Mijn stadsgedicht, een samenwerking met Gert Dooreman, werd ingehuldigd op 26 april, bij de heropening van de Grote Markt. Veel mensen vroegen me intussen naar de tekst van mijn openingsrede. Die kan je hier of gewoon hieronder nalezen.
Meer info over woord en wederwoord vind je dan weer hier.
Postkaartjes met het gedicht zijn te vinden in @bibsintniklaas.
Beste —
Goeiemorgen en welkom, hier op de Grote Markt.
We staan hier bij Het Woord, dat al decennia mee het stadsbeeld van Sint-Niklaas bepaalt.
Kunstenaar Idel Ianchelivici maakte het beeld voor expo ’58, waar het naast het paviljoen voor Burgerlijke Bouwkunde stond. Een symbool van de naoorlogse geloof in het belang van het menselijke kunnen. Het beeld is de belichaming van het toenmalige denken: een buitenproportioneel grote mens op een rijzig voetstuk, verheven boven alle andere dingen. Met zijn taal, die hem onderscheidt van de dieren, geeft hij vorm aan de werkelijkheid. Of, zoals Anton Van Wilderode schrijft in zijn gedicht voor de inhuldiging van het beeld hier op de Markt in 1988: de mens bestaat (…) zal de materie temmen (…) hij wandelt door een wingewest van aarde (…) Kortom: de mens is heer en meester over de wereld, die hij herschept op zijn maat. Hij staat boven de natuur, de aarde is zijn wingewest. Tegelijkertijd geeft Van Wilderode al de grenzen en het gevaar van dat wereldbeeld aan: de mens, schrijft hij, wordt gelokt naar het onbekende, naar ‘de mistbank van de toekomst’, en dat ‘op brekelijke benen’.
Het Woord is onmiskenbaar een man. Zeker in combinatie met de oorspronkelijke titel, Hommage au génie humain, is ook dat een duidelijke uitdrukking van de toenmalige tijdsgeest. Een dergelijke ‘begaafdheid en scheppend vernuft’ moest wel mannelijk zijn. Ook de latere benaming, De Profeet, verwijst naar een mannelijk stereotype: wie anders dan een man verkondigt waarheid, wil en weten? Wiens woord is wet? Wie is denker, leider, wereldbouwer, heerser, maker en bezieler? Wie schept de wereld naar zijn evenbeeld? Naar wie wordt geluisterd, als hij het Woord neemt? Mansplaining en hepeating zijn geen toevallige begrippen: onze taal verraadt altijd het denkkader dat erachter schuilgaat. Ook genie is niet toevallig een woord dat enkel in mannelijke vorm bestaat. Het refereert aan het eeuwenoude cliché van het mannelijke genie — een hardnekkig concept, dat zich maar moeilijk laat afwerpen. Het aantal vrouwelijke wetenschappers, kunstenaars, schrijvers en denkers die als genie benoemd worden zijn op één hand te tellen. De canon is en blijft, alle correcties ten spijt, nog grotendeels mannelijk. En de leeslijsten van scholen zijn nog steeds gevuld met mannelijke auteurs en romans vol mannelijke personages. Een dubbel verlies, want meisjes ontbreekt het aan rolmodellen, maar voor jongens is het probleem nog groter: waar meisjes de wereld door hun eigen ogen en door deze mannelijke blik leren zien, leren jongens niet de dingen vanuit een ander perspectief en door vrouwenogen te bekijken. Dus dwalen ze hun hele leven lang halfblind door de wereld — met alle gevolgen vandien.
Hoog tijd dus voor…
het wederwoord
Want Het Woord, hoe mooi het beeld ook is, vertegenwoordigt een wereldbeeld waarbij we vandaag de dag allerlei vragen kunnen en moeten plaatsen.
Ik zal een voorzetje doen, nu ik hier toch sta. Kunnen we ons, nu de klimaatcrisis zich zo duidelijk laat voelen, nog de illusie veroorloven dat we boven de natuur staan? Is de mens geen deel van de wereld, en moeten we niet met de natuur samenleven in plaats van haar te willen bezitten of temmen? Willen we nog wel uitverkoren leiders, die hoog boven het volk staan en wiens woord wet is — nu we elke dag getuige zijn van de gevaren die dat met zich meebrengt? Kan één man alleen überhaupt een betere wereld scheppen, zelfs met de beste bedoelingen, of is dat een collectieve taak? Is de samenleving niet de som van iedereen die erin leeft, iets wat we samen maken, en waarvoor we dus ook samen verantwoordelijk zijn? En is het niet de hoogste tijd dat mannen en vrouwen daarbij werkelijk gelijkwaardig zijn, in alle posities van de maatschappij? Even zichtbaar in de schoolboeken én in het straatbeeld, dat ook nu nog vooral door mannen wordt bevolkt: kijk maar naar de straatnamen en de standbeelden — op wat vrouwelijke naakten na toch nog een herenclub.
Is het niet de hoogste tijd dat ook vrouwen een evenwaardige stem krijgen?
Het woord mogen voeren? Gehoord en gezien mogen worden?
Moet dat nu echt, hoor ik u denken?
Moeten we echt op elke slak feministisch zout leggen?
Het is gewoon toeval, dat Het Woord een man is,
Of een uiting van een tijdsbeeld, de jaren ’50, weet je wel,
en trouwens — wat dan nog?
Het is toch maar een beeld.
In werkelijkheid zijn gelijke rechten toch al lang een feit.
Wel — Het spijt me dat ik het u moet zeggen, maar zo symbolisch is dat niet.
De macht ligt, zeg het mij als ik u verras, ook nu nog bij de man.
Nog steeds. En overal.
Ook in de 21e eeuw, ook in ons geëmancipeerde Europa.
We delen weliswaar dezelfde wereld, maar niet dezelfde werkelijkheid.
Want de wereld waarin we leven, is een wereld op maat van de man.
Onze dagdagelijkse realiteit is opgebouwd uit regels, criteria en normen op zijn maat.
Hij is en blijft de maat van alle dingen. Nog steeds.
Ik hoor u inwendig protesteren.
Geen zorg, u staat niet alleen met uw ergernis.
37% van de Nederlandse mannen vindt het feminisme doorgeslagen.
Maar is dat zo?
Ik wil u graag uitnodigen tot een gedachtenexperiment.
Een kleine oefening in inleving.
Stel, heren, dat u morgen opstaat in een wereld waarin
De geschiedenis is geschreven door vrouwen
En alle mannelijke wapenfeiten, zoals oorlogen, futiel zijn, en van geen enkel belang
Maar alleen telt wat door vrouwen is gezegd, gedacht, gedaan
Weg mannelijke filosofen, weg mannenkunst
Weg met religie en met de wereldpolitiek
Om u heen alleen maar standbeelden van vrouwen
Alle straten waardoor u loopt naar hen vernoemd
De schoolboeken en leeslijsten met hen gevuld
In romans enkel oog voor vrouwelijke personages
Op televisie alleen nog vrouwenvoetbal, vrouwenkoers en vrouwensport
Tenzij, uitzonderlijk, als tussendoortje, of voor de exotiek
En in musea massa’s afbeeldingen van naakte mannen
Maar niets van wat door u of door uw broeders is gemaakt
Tenzij in een aparte zaal, of als minderheidsevenement
Terwijl u toch de helft van de bevolking uitmaakt
Op je zestigste nog altijd worden aangesproken met jongetje,
Uitgelegd krijgen wat je nu weer niet begrijpt,
Met neerbuigende liefde en een matriarchaal schouderklopje,
Je kan er niets aan doen, je bent ten slotte maar een man
Je land geleid door niets dan vrouwen
In de regering nauwelijks een man te zien – maar dat onevenwicht is toeval, een vergetelheidje
Op talkshows niets dan jonge jongens, want wie oud wordt, vliegt eruit
In duo’s steevast een onervaren knaap naast een volwassen vrouw
Zij aanwezig voor de inhoud, hij voor het sentiment of voor de mooi
Niemand die hoort wat je zegt tot een vrouw het herhaalt
En vervolgens de lof opstrijkt voor jouw idee
Minder verdienen voor hetzelfde werk
Net iets meer inleveren op je pensioen maar daar zal je wel aan wennen
Geen arts die begrijpt wat jou scheelt, je aandoening niet onderzocht,
En medicatie die niet werkt, want afgestemd is op een vrouwenlijf
Je bijwerkingen ingebeeld,
sowieso al wat je zegt hysterisch buikgevoel, hoeveel feiten je ook noemt
In het huishouden hooguit wat hulp van je vrouw
Terwijl jij ongezien en onbetaald het leeuwendeel doet
Altijd en eeuwig bang moeten zijn te worden betast, geïntimideerd of verkracht
Wat vervolgens zelden wordt bestraft om de toekomst van de dader niet te schaden
Nooit met een gerust hart door het donker dwalen
Elke reis, elke fuif een risico,
elk kledingstuk een mogelijk verkeerd begrepen hint,
Een hele porno-industrie die je slechts ziet als een plug-in
Want het mannelijk orgasme bijzaak, of overbodig,
En god een vrouw,
want bij de onbevlekte ontvangenis was geen man betrokken…
Ik vraag het u , in alle liefde:
Het feminisme… doorgeslagen?
Zou jij je niet verzetten dan?
Pas op — for the record — ik heb absoluut niets tegen mannen.
Integendeel. In bepaalde, wel-afgelijnde contexten kunnen ze heel nuttig zijn. Onmisbaar zelfs. Bijvoorbeeld voor de emancipatie van de vrouw. Want het opheffen van dit historisch onevenwicht is alleen mogelijk als we dat samen aanpakken, met mannen en vrouwen. Emancipatie, niet ten koste van de ander, maar met elkaar. Vanuit een emancipatiegedachte die mannen en vrouwen met elkaar delen, omdat we er allemaal voordeel bij hebben. Vanuit de simpele gedachte: hij + zij = wij.
‘Zal men het woord horen, zien en verstaan,
in en boven en tegen het lawaai en het rumoer van alledag?’
vroeg Van Wilderode zich af.
‘Zal het uitnodigen tot een moment van reflectie?’
Ik hoop het.
Aan het begin van mijn cultureel ambassadeurschap heb ik gezegd dat ik tekst in het straatbeeld wil brengen die je niets wil verkopen, maar die uitnodigt tot reflectie en dialoog. Tot een gesprek. Zinnen die de aandacht trekken en waarover Sint-Niklazenaren het met elkaar kunnen hebben. Waarmee ze kunnen lachen, waarover ze kunnen lamenteren, waarover ze kunnen discussiëren. Woorden waarmee ze het eens of oneens kunnen zijn, maar die iedereen aanspreken. Ik hoop dat het wederwoord zo’n tekst zal worden: een uitnodiging tot dialoog. Tot praten met elkaar. En samen die mistige toekomst uitklaren, zelfs al is dat op brekelijke benen. Want is het niet uit woorden dat nieuwe werelden ontstaan?
Kunst, hoopte Van Wilderode, zou het Europa van toen, met zijn muren en machtsblokken, de weg kunnen wijzen naar meer eenheid en samenhang. Zo bekeken schreeuwt de huidige tijd om meer kunst in het straatbeeld, want de actualiteit maakt duidelijk dat de wereld angstwekkend snel aan samenhang verliest en opnieuw uiteenvalt in gevaarlijke tegenstellingen. het wederwoord keert zich dan ook niet tegen Het Woord. Het stelt alleen een andere aanpak voor om hetzelfde aloude vraagstuk op te lossen — de zoektocht naar een betere wereld. Voor ons allemaal.
wederwoord
hé Woord
gij die daar staat in uw bloot gat
gij boegbeeld van de stad
gij hebt het lang genoeg
voor ‘t zeggen gehad
de jaren vijftig zijn voorbij
we delen nu de maatschappij
hoog tijd dus voor een wederwoord
een vrouwenstem die wordt gehoord
de toekomst vraagt meerstemmigheid
niet langer enkel hij
maar wij
(c) 2026 Gaea Schoeters / Dooreman