#heteinde van roderik six #dsletteren

11/05/2018, De Standaard –  « De eerste keer dat ik met de dood geconfronteerd werd, was ik vermoedelijk  acht: de vader van een klasgenootje had zich opgehangen in een bos op de Kemmelberg. Ik zag meteen dat beeld voor mij: de eenzaamheid van een man op een berg die aan een tak hangt – een West-Vlaams Golgotha. Heel triest en onfair vond ik dat, zowel voor die man als voor zijn nabestaanden. Datzelfde gevoel van onrechtvaardigheid had ik bij de dood van mijn vriend Thomas Blondeau, die aan het begin van zijn carrière met een vingerknip werd weggewist. Maar waar is het klachtenmeldpunt in dit universum? »

«Heidegger noemt de dood het schrijn van het niets maar tegelijk is de dood de wieg van de vrijheid: net doordat mensen sterfelijk zijn en er na de dood niets is, hoef je amper nog rekenschap af te leggen van wat je daarvoor doet, in die 80 jaar dat je bestaat. Toen ik onlangs zo slecht in mijn vel zat dat het een ontgoocheling was elke ochtend wakker te worden, was mijn sterfelijkheid net mijn schraalste én grootste troost. Het ontbreken van een hiernamaals is onze ultieme veiligheidsswitch: je kan gewoon zeggen, fuck it, ik stap eruit. Sommige mensen vinden zelfmoord heel onethisch, maar ik vind het je ultieme recht: ik heb niet om dit leven gevraagd, dus waarom zou ik aan wie dan ook verantwoording moeten afleggen over wat ik met dat vergiftigde geschenk doe? Je leven is het enige waarover je zelf ten volle beschikt. Sterven is veel persoonlijker dan geboren worden. Bij je geboorte ben je een product van twee mensen, daar heb je geen controle over; je dood kan je wel kiezen, tenzij je omvergereden wordt, iets wat Mulisch een gebrek aan talent zou noemen. »

« Die periode was donker, maar ik heb me zelf opgelapt met schoonheid. Niet met literatuur, dat stond te dicht bij mij, maar met muziek, beeldende kunst, mooie vrouwen en seks – een balsem voor doodsverlangen. Er bestaat een diepgewortelde verbinding tussen beide want een onderdeel van seks is natuurlijk voortplanting. Maar met elke procreatie creëer je ook dood: elk kind zal helaas sterven. Daarom wil ik geen kinderen. Iemand te scheppen in de wetenschap dat die persoon zal lijden en sterven – dat is voor mij de definitie van erfzonde. Geef toe, het menselijk leven is toch maar een beetje geklungel in het donker. Hoe graag we onszelf ook wijsmaken dat we belangrijk zijn, eigenlijk zijn we gewoon hoopjes cellen die zich vermenigvuldigen, vervolgens aftakelen en oplossen in de materie van het heelal. Natuurlijk zijn de verwezenlijkingen van de mensheid niet min voor een aap die rechtop heeft leren lopen, maar of ze opwegen tegen alle onmenselijkheden die we begaan hebben, betwijfel ik. »

« Over wanneer wil ik doodgaan, en hoe en met wie wil ik goed nadenken, maar ik ben nog te jong om te bepalen wie aan mijn sterfbed zou mogen staan. Ik zou ook alleen kunnen sterven, als ik het maar bewust meemaak, want het lijkt mij de laatste mooie ervaring die je kan hebben. Ik wil echt van seconde tot seconde voelen hoe het licht uitgaat. Dus het hoeft niet snel te gaan. Niet dat ze mij moeten dood folteren, maar het moet ook geen guillotine zijn. Wat Hugo Claus gedaan heeft, lijkt mij een heel elegante, mooie, warme, zachte dood. »

« Toen de vrouw van Michel Faber overleden was na heel lang stervensproces, heb ik hem geïnterviewd in zijn huis in Schotland. Alles lag daar nog precies zoals voorheen: zelfs het sterfbed van zijn vrouw was nog onopgemaakt – zijn woonst was een tombe. Op Saint Amour hoorde ik hem zijn gedichtencyclus Undying voorlezen, een bloedmooie bundel over rouwen. Het publiek was in tranen, maar toen ik hem vroeg of hij er zelf iets aan gehad had, zei hij: ‘Neen. Ik deed het voor haar.’ Als je een kunstwerk kan maken dat andermans leed enigszins kan verlichten, heb je al  veel erbarmen getoond voor de rest van de mensheid. »

« Kunst is altijd een verzet tegen sterfelijkheid, een poging om iets te maken dat jouw luttel bestaan overleeft. Al is niets natuurlijk eeuwig. Zelfs de schoonste liefde faalt in het licht van de dood. Ik vind dat de meest wrede trade-off die je kan hebben: als je de liefde zelf niet verknoeit, zet de dood er wel een punt achter. Altijd. In tegenstelling tot de kunst, overleeft de liefde jou niet; jij gaat dood, je partner zal sterven, je kinderen ook. Uiteindelijk blijft er geen enkele herinnering aan jou over. Niet dat mijn boeken de eeuwigheid hebben, want als de zon straks de aarde opslokt, is zelfs Shakespeare verdwenen. Dan blijft er hooguit nog een rondvliegende Voyager over. Wat een rustgevende gedachte is: op een dag verdwijnt alles. »

« Toch wil ik wil begraven worden. Dat is waarschijnlijk ouderwets, maar verast worden vind ik te klein; dat past niet bij mijn ego. Dus doe mij maar een praalgraf waar elk jaar een maagd op geslacht wordt. Iets met bloedgeulen, zoals bij de Azteken. Nee, ernstig – de gedachte dat je gerecycleerd wordt tot materie en de traagheid van het ontbindingsproces bevalt me meer, hoe lelijk dat verval ook is. Ooit heb ik een dissectie bijgewoond, en ik kan je verzekeren: mooi is anders. De vuiligheid van een lijk staat in schril contrast met de esthetiek die mij gered heeft – kunst en vrouwen en muziek; ik heb de schoonheid van het leven echt herontdekt dankzij de dood. »

Het stuk zoals het verschenen is, kan je hier nalezen. De XL-versie komt eraan.