Bio
download volledige bio/cv hier
…wie bij het begin wil beginnen, moet deze bio van onder naar boven lezen…
2026
is nog maar net begonnen en het is al een gekkenhuis. Het filosofische kinderboek (N)iets dat ik met Gerda Dendooven maakte, verschijnt in het Duits als Nichts oder etwas bij Mixtvision. Trophäe krijgt een theaterpremière bij Buhnen Bern. Het Geschenk zal vertaald worden in 10 talen, belandt op allerlei binnen- en buitenlandse shortlists en wint de Publieksprijs van de Boon — iets wat we vieren met een recordpoging samenlezen op de Markt van Sint-Niklaas. Daar wordt straks ook mijn eerste stadsgedicht ingehuldigd, Het Wederwoord, dat ik met Dooreman maak. En Battle of/for the books brengt honderden scholieren samen, die een jaar lang samen met auteurs in boeken doken. Met de groeten van de cultuurambassadeur. Trofee krijgt dat weer de Euregioprijs, ook van scholieren — veel mooier wordt het niet. En ook muzikaal begint het jaar geweldig, als Claron McFadden ons kippevel bezorgt op de première van Judith, een monodrama dat ik met Annelies Van Parys maakte, en dat is goed is voor een klein schandaaltje. (Ongeveer tegelijkertijd wordt een boek van Pia Fraus heruitgegeven, dat daar mooi mee resoneert.) Later dit jaar volgt, om in de sfeer te blijven, Extase, een stuk voor het SWR Vokalensemble. Intussen werk ik naarstig door aan Leonore/Fidelio, een theatertekst als antwoord op Beethovens opera, voor I Solisti & Het Arsenaal. En aan mijn nieuwe boek, dat opnieuw tegelijk in het Duits zal verschijnen… Allemaal prachtig, en ook voor de daarop volgende jaren staan prachtige projecten gepland, voor de Vlaamse Opera en voor De Munt, bijvoorbeeld…
2025
is nog gekker dan 2024. De Duitse tournee blijft maar doorgaan, maar tussendoor mag ik ook naar Kroatië, want Trofee wordt intussen vertaald in maar liefst 21 talen — alleen de Engelse vertaling blijft maar haperen. Ik woon ook een paar maanden in Bern: in het kader van de Friedrich Durrenmatt Gastprofessur mag ik met de studenten een semester lang nadenken over wat literatuur nog maatschappelijk kan betekenen, en over de relevantie van opera als kunstvorm vandaag. Tegelijkertijd vertaal ik met Nathalie Tabury Tempest, want Johanna is er helaas niet meer; het boek verschijnt bij het Poëziecentrum onder de titel Paradijs. Voor de Boekenweekgeschenkwedstrijd, die ik niet win, maar dat is niet erg, want dat had ik ook niet verwacht, schrijf ik Het Geschenk, en maar er meteen een lange versie van die tegelijk in Duitsland en bij ons verschijnt. Op de dag dat het verschijnt vertrek ik voor drie maanden met de motor naar Centraal-Azië, China en Pakistan — als ik even ontvangst heb, krijg ik te horen dat het op de Spiegel Bestsellerliste is beland. Ook Trofee blijft het goed doen in Duitsland, en rondt het jaar af met zo’n 150000 verkochte exemplaren. Zelf heb ik op dat moment andere zorgen: in Pakistan laten de gevolgen van de klimaatverandering en de geopolitieke instabiliteit zich keihard voelen, elke dag weer. Ook bij ons in Europa wordt de oorlogtrom steeds hoorbaarder — daarover gaat Fantasie, een stuk voor ensemble, koor en orkest dat ik samen met Annelies maak. En alsof het allemaal nog niet gek genoeg is, ben ik ook Cultureel Ambassadeur Sint-Niklaas voor twee jaar — de gevolgen daarvan zullen vooral volgend jaar zichtbaar worden. Op de valreep van het jaar win ik ook nog een Ultima — helaas meteen de laatste in zijn soort, want de Vlaamse Staatsprijs sterft uit.
2024
Trofee verschijnt in het Duits bij het geweldige Zsolnay Verlag (topteam!) en het boek raakt daar een gevoelige snaar. De Buchmesse in Leipzig wordt het begin van een waanzinnige tournee door Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland, vaak samen met vertaler Lisa Mensing. Intussen verschijnt bij De Eenhoorn de bundel Het gras lachte groen, een reeks klimaatverhalen en gedichten voor jongeren, waarvoor ik de klassieker van Annie M.G. Schmidt bewerk tot De mens Sebastiaan; tot mijn grote vreugde wint het gedicht een Poëziester — Annechien Strouven maakt er een heerlijk animatiefilmpje van. Ook Trofee deed het goed bij de jeugdjury, en belandt bij ons en in Nederland op de leeslijst. De teksten van Bad Composers verschijnen in boekvorm en straks gaat Rosalind in première, een korte kameropera die ik met Annelies Van Parys maakte over het leven van Rosalind Franklin.
2023
Straks gaat Boze Bejaarden in première, de operette over senioren in covidtijden die ik samen met Annelies Verbeke heb geschreven. Daarnaast hoop ik mijn jeugdboek af te werken, en ik ga samen met Johanna Pas weer een Kae Tempest-tekst vertalen: Paradise. Maar een mens weet nooit wat er tussendoor allemaal aanwaait tussendoor… en er valt ook veel te reizen, want dankzij EUPL en Literature Flanders krijgt Trofee ook een Duitse, Bulgaarse, Servische, Macedonische, Kroatische, Hongaarse en Deense vertaling. Ik begin uit voorzorg alvast Duits te leren, benieuwd hoever ik daarmee kom… ik kijk alvast elke zondagavond braaf naar Tatort.
2022
Staat in het teken van Notwehr, een kameropera met Annelies Van Parys die in première gaat op de Biennale van Venetië. Trofee duikt op in allerlei shortlists, en krijgt (mede dankzij de European Prize for Literature) een Franse vertaling bij Actes Sud. Met het schrijversollectief Fixdit publicereen we het manifest Optimistische Woede over seksisme in de letteren, en voor De Standaard Weekblad buig ik me maandelijks over een Vraagstuk. Als klap op de vuurpijl mag ik voor Confituur Boekhandels de novelle Cargo schrijven…
2020-21
In de vreemde coronajaren blijk ik productiever dan ooit. Samen met Passaporta lanceer ik de Dead Ladies Show, een café chantant over onterecht vergeten vrouwen waarvan we jaarlijks twee edities maken. Met pianiste Lies Colman & 123Piano trek ik ook de Gentse begraafplaatsen op, voor onze Adieu-momenten. Voor het Besmette Stad – project van De Buren schrijf ik Holle Haven, waar ik met Lies, componist Annelies Van Parys en mezzosopraan Els Mondelaers een performance van maakt en met fotograaf Sébastien Van Malleghem een film. Met collega Katrien Steyaerts en illustrator Jeroen MuRRé bundelen we in Het Einde onze schrijversinterviews over de dood. Mijn roman Trofee verschijnt, en kort daarna ook (N)Iets – een filosofisch prentenboek met tekeningen van Gerda Dendooven. Met regisseur Sjaron Minaillo maakt ik de podcast-opera Eva (een bewerking van de toproman van Carry Van Bruggen), in een glazen hok in de station van Antwerpen en Brussel schrijf ik samen met Annelies Van Parys voor Europalia de stationsopera Lost and Found, op vraag van de Bijloke schrijf ik zes monologen voor Bad Composers en voor componisten Annelies Van Parys, Calliope Tsoupaki & Aftab Darvishi de trilogie They have waited long enough over Medea, Circe en Penelope.
2019
Brengt hopelijk veel schrijftijd, want mijn hoofd bruist alweer van de ideeën. Straks gaat in Folkoperan Stockholm de Zweedse versie van Usher in première. Daarnaast werk ik voor Monty Kultuurfaktorij aan de monoloog Merci en voor het Toneelhuis mag ik werk van Kate Tempest vertalen.
2018
Was een druk jaar. Gelukkig mocht ik een paar weken in Het Lijsternest doorbrengen om in alle rust te schrijven, want daarna werd het behoorlijk hectisch. In het voorjaar gaf ik een masterclass libretto-schrijven in Oslo en ging An Archive of Love in première, in het najaar stond Usher, de nieuwe opera die ik met componiste Annelies Van Parys maakte, in de Berliner Staatsoper; het koorstuk Shell Shock voor Accentus sloot het muziekjaar af. Meisjes, Moslims & Motoren werd heruitgegeven & bij Querido verscheen mijn nieuwe roman Zonder Titel #1. Je kon me ook regelmatig lezen in Rekto:verso en Deus Ex Machina, en in De Standaard bleef ik regelmatig tegen de schenen van de wereld schoppen. Iemand moet het doen, in deze tijden.
2017
Dus maakten we samen de muziektheatervoorstelling Het Kanaal , waarvan de tekst ook als boekje verschijnt, en de liedcyclus Ah, cette Fable…, waarvoor ik voor het eerst in jaren een gedicht schreef. Dat mag weer, nu ik veertig ben. Mijn tweede roman kreeg vaste vorm, ik schreef twee libretto’s en begon met Brieven uit het Hiernamaals aan een reeks korte verhalen. Bij Querido Fosfor publiceerde ik twee essays, en van mijn Hikkie Marcel, die ik schreef tijdens mijn verblijf in het Literarisches Colloquium Berlin, vlogen er 5000 de deur uit.
2015
Het leven loopt niet altijd zoals je het verwacht, en vaak -dat leerde ik op reis- is het onverwachte het mooiste. Dus als componiste Annelies Van Parys me vraagt of ik zin heb om het scenario voor haar opera Private View te schrijven, moet ik wel ja zeggen. Intussen speelde Private View al zo’n 15 keer in heel Europa. En met muziektheater ging een nieuwe wereld open, waarin veel dingen waar ik van hou samen komen. Gaan we nog doen, was de conclusie.
2014
De kunst van het vallen verschijnt bij de Bezige Bij. Op de boekvoorstelling laat ik me ontvallen dat dit het eerste deel is van een trilogie over grote en kleine liefdes. Weet ik meteen weer wat gedaan.
2013
Mijn nieuwe boek, dat een korte novelle van 80 pagina’s ging worden, beslist daar anders over. Het worden twee novelles en een proloog, die samen een roman vormen over heimwee naar iets dat niet meer bestaat.
2010
Reizen heeft me geleerd dat je de tijd moet nemen om de dingen te doen die je echt belangrijk vindt. Halfweg 2010 zet ik de buitenwereld een jaar on hold om Diggers te schrijven. Het project loopt een tikkeltje uit de hand, en resulteert in een beest van een boek. Halfweg het schrijfproces klopt een nieuw verhaal aan het venster van mijn schedeldak.
Deze keer leg ik mezelf strenge beperkingen op: kort zal het zijn, kort en beknopt.
2009
Ann-Sofie Dekeyser verleidt mij tot een journalistieke reis naar de Balkan. Er is geen ontkennen aan, diep in mij woont nog steeds een journalist. Gelukkig vindt die snel een perfecte fauteuil – bij de Standaard der Letteren.
2008
MMM, Meisjes, Moslims & Motoren, wordt mijn eerste echte boek. Een reisverhaal met heel veel beelden. Tegen de verzuring, en stiekem ook om zelf het superheldengevoel nog niet te moeten loslaten. Hoewel zo’n reis eigenlijk niet eens zo moeilijk is.
2007
Maar soms liggen droom & daad wel erg dicht bij elkaar. In 2007 vertrek ik met Trui Hanoulle op mijn eerste Grote Reis. Zeven maanden op motor, door alleen maar moslimlanden. Als ik terugkom, is mijn wereldbeeld veranderd. Of misschien zijn het mijn ogen.
2006
Of ik dat ben, die zeven jaar geleden een opleiding scenario volgde aan het RITS? En of ik zin heb om mee een fictie-reeks te schrijven? Zoiets kan je toch niet weigeren? Trouwens, ik heb altijd meer van de droom dan van de werkelijkheid gehouden.
2003
Niemand ontsnapt aan de reality-tv. Van journalist word ik reporter, dan regisseur. Mijn passie voor fotografie doet me even twijfelen – moet ik het woord voor het beeld inruilen? Maar dan rinkelt de telefoon. Toeval of es muss sein?
1998
En dus zoek ik de open ruimte op; ik word journalist. Gelukkig kan ik daarvoor steunen op dé belangrijkste levensles uit mijn tolkenopleiding: ‘Even if you don’t know what the f*** you’re talking about, keep smiling and bullshit your way through.’ Een nuttig devies, zeker als ik na een tijdje aan de slag ga bij underdog-zender VT4, waar we met een mini-redactie het VRT & VTM-nieuws proberen te beconcurreren. Binnen de kortste keren ben ik specialist in alles. Toch als ik me vijf minuten mag inlezen. Hier ergens koop ik ook mijn eerste motor. Daar hield ik al van toen ik nog met Playmobil speelde.
1997
Ik studeer af als tolk. ‘There’s nothing wrong with your languages, but you do have an attitude problem.’
Gelukkig had ik zelf ook al ontdekt dat ik wel dol ben op de stress van het simultaan-tolken, maar me enigszins beklemd voel in het bijbehorende glazen hok. Om van het Laura Ashley-pakje nog te zwijgen.
1993
De hartslag van de grootstad zuigt me naar zich toe. Een natuurlijke voorliefde voor havensteden brengt me naar Antwerpen. Want waar er kaaien en dokken zijn, vertrekken de schepen naar de rest van de wereld. Ze hadden me maar niet in slaap moeten zingen met Banana boat. Of met Don Giovanni, want in mijn studententijd verzamel ik ook genoeg liefdesverdriet om romanstof te hebben voor de rest van mijn leven. Werther? Kinderspel. Mijn eerste jeugdboek vindt geen uitgever en blijft in de schuif liggen. Misschien had ik er ook meer dan één moeten aanschrijven. Al doende leert men.
1992
Tegelijk met de liefde ontdek ik het bestaan van popmuziek. Het blijft een moeilijke verhouding, een culturele sok vol enorme gaten. Het resultaat is een totaal onvoorspelbare en vooral bijzonder eclectische smaak.
1990
Ik struikel de wereld van de Oosterse krijgskunsten binnen. Wat eerst toeval leek, blijkt een blijvertje. Bujinkan laat me nooit meer los. En leert me en passent ook iets over doorzettingsvermogen. Zelfs als iets niet vanzelf gaat.
1989
Op een besneeuwde Karelsbrug in Praag maak ik mijn eerste revolutie mee. Een fluwelen weliswaar, maar daarom niet minder indrukwekkend. Het beeld van straten vol verbaasde en verdwaasde mensen, die de vrijheid als een aarzelende mus op hun vingertop proberen te vangen, zal me nooit meer loslaten. Terwijl in Berlijn de muur valt, sneuvelt in Parijs mijn leesblokkade. Anaïs Nin en Henry Miller openen de deur naar de ‘volwassenenliteratuur.’ Al blijf ik bij elk boekenwinkelbezoek een kinder- of jeugdboek kopen. Al is het maar omdat ik niet van hokjes & genres hou. En ook niet overdreven veel van volwassenheid. Mijn Peter Pan-slogan blijft hangen: ‘I refuse to grow up’.
1986
Drama. Ik heb de volledige kinderbibliotheek uitgelezen.
1985
Ik verdeel mijn aandacht tussen Catullus en Richard Feynman. Talen of exacte wetenschappen, entre les deux mon coeur balance…
1983
Tijdens een tentoonstelling in ’s Hertogenbosch loop ik na het consumeren van een overdosis bruine schilderijen een kunstindigestie op. Koppig als altijd weiger ik vanaf nu nog één voet in een museum te zetten. Maar de ouderlijke macht grijpt in: vanaf nu hangt er elke maand een andere kunstposter tegenover mijn stoel in de eetkamer.
1979
Na Tolkien volgt Prokofiev. Peter en de Wolf voegen zich bij de andere schaduwen op het plafond. Meteen breid ik ook mijn woordenschat uit. ‘Waar wonen de wolven?’ ‘In Tsjechoslo…’ Polen was wellicht een makkelijker antwoord geweest, maar ik hou nu eenmaal meer van moeilijk. Hier is ontegensprekelijk mijn liefde voor het Oostblok ontstaan.
1978
Mijn vader, die altijd het nuttige & het aangename probeert te koppelen, leest mij In de ban van de ring voor. Integraal. Weliswaar klagend dat ik er niets van begrijp. Maar een krakend cassette-bandje ontkracht die hypothese: ik kraai alleen bij passages over Zwarte Ruiters.
1977
Net zoals alle baby’s kan ik mij nu optrekken – een kunst die ik op latere leeftijd helaas verleer. Het liefst doe ik het aan de deurklink van de voordeur. Want buiten wacht de wereld!
28 juni 1976
Gaea Schoeters komt, linkervuist eerst, ter wereld op de warmste dag in jaren. Een echte hondsdag, zoals dat in België heet. Ik ben er rotsvast van overtuigd dat in deze tropische hitte mijn reismicrobe ontkiemd is.
Mijn moeder, die niet van overdreven hitte, onnodige bezorgdheid en zinnen die beginnen met een imperatief houdt, grist mij uit de couveuse, steekt mij onder haar arm en wandelt naar huis. Ook voor mij is het nu duidelijk: het gezag van een ander is maar zo groot als je het zelf maakt.