Katelijne Verbeke over ‘Het materiële leven’ van Marguerite Duras

DSL – 18/11/2011 – Het Laatste Oordeel

‘Ik heb Het materiële leven van Marguerite Duras leren kennen tijdens de opnames van een film van Ramón Gieling  over een scheidend koppel, waarin ik het weggooide. Maar toen de scene erop stond, raakte het boekje zoek, wat vervelend was, want ik had het geleend van een vriend. Bovendien bleek het moeilijk te vervangen, ik vond het nergens meer in Nederlandse vertaling. Door mijn zoektocht heb ik het uiteindelijk ook gelezen, toen ik het eenmaal gevonden had.’

‘Een paar jaar geleden heb ik een voorstelling gemaakt met Bo Tarenskeen, aan wie ik les had gegeven op het RITS. We hadden afgesproken in Amsterdam, ergens aan het water. De afspraak was dat we tegelijkertijd een boek uit onze tas zouden halen, waarrond we wilden werken. Geloof het of niet, maar we haalden twee identieke exemplaren van dit boek boven; Bo had het van zijn oma gekregen.’

 

BOODSCHAPPENLIJSTJE

Het materiële leven bestaat uit korte hoofdstukjes, waarin Duras haar beslommeringen over het leven meedeelt. Soms hartverscheurend, zoals in De waterafsluiter, een verhaal over een familie die zo arm is dat iemand het water komt afsluiten en ze beslissen dan maar om met heel het gezin op de spoorweg te gaan liggen. Soms ook heel onschuldig: in De Commodekast bijschrijft ze hoe ze in een brocante-kast tussen een van de schuiven en de achterwand een bloesje vindt met roze vlekjes, en zich afvraagt hoe lang dat daar al ligt, vol mededogen voor het meisje dat al die tijd heeft lopen zoeken naar haar bloesje.’

‘Het mooiste verhaal is misschien wel Het huis. Daarin zegt ze: ‘een man die in het huis werkt, il fait ça pour le sport. Terwijl een vrouw doet dat om nooit te verwaarlozen. Dat vind ik een heel mooie: ‘ge moogt niet verwaarlozen, nooit, ni toi, ni ta maison’. En: ‘in een huis moet je altijd voorraden hebben’. En dan geeft ze daar een lijst van: keukenzout, peper, suiker, (… ), nuoc-mom – zij was van Indochina –  brood, marseillezeep, vim… ga zo maar door. Dat vind ik geweldig, dat ze dat in een boek schrijft. Ik heb dat ooit aan de man van een gescheiden koppel gegeven, die niet wist hoe hij zijn huishouden moest aanpakken. Maar het is niet meer up-to-date; nu moet je ook printerinkt en papier hebben.’

EERLIJK

‘Dit is al vaak een rechtstreekse inspiratiebron geweest. In Windkracht 10 heb ik eens een alcoholiekster gespeeld, die binnen moest in een afkickcentrum. Ik heb dat nog nergens zo oprecht zo beschreven gezien als Duras het hier beschrijft. Die angst, de waanideeën, heel concreet met honden die uit de schouw komen en zo. In haar fictie is ze heel poëtisch, maar hier is het zo rauw… Natuurlijk kan je zo’n getuigenissen ook op internet vinden, maar zo eerlijk als bij haar ben ik het nog niet tegengekomen. Ik weet niet of ik dat zou durven, zelf. Ik ben ook geen schrijfster natuurlijk, al spelend doe ik dat wel.’

‘Voor Elvire (uit Het Goddelijke Monster) ben ik ook weer hier te rade gegaan. Zo’n personages kan je niet half spelen. Daar moet je je echt volledig in smijten. Maar het is ook veel leuker om mensen te spelen met een hoek af, omdat je je dat in je eigen leven niet kan veroorloven. Ik kan me dat niet permitteren om te zijn zoals Elvire, ik ga dat ook niet doen, dat gaat niet.’

‘Al zou je ervan schrikken hoe snel het gebeurt, die verwaarlozing, als je opgesloten zit. Ik ben eens twee dagen in dat kasteel blijven logeren, onvoorzien, dus ik deed kleren van Elvire aan, en voor ik het besefte, reed ik op de ochtend van dag drie in pyjama met een vriendin naar haar auto die buiten het domein geparkeerd stond om iets op te halen. Want ik moest daarna toch spelen, dus waarom zou ik me omkleden. Zo snel gaat dat dus.’

‘Ook voor de eenzaamheid van Elvire, die één keer in haar leven genoten heeft van seks en onmiddellijk door god gestraft is, om dan de rest van haar dagen in pillen en drank te vluchten, kon ik bij Duras te rade. Alles draait bij haar om alcohol en de dood.’

‘Kijk, hier: ‘Ook ik heb brieven geschreven – zoals Yann aan mij – aan iemand die ik nooit heb gezien (…) Je kunt niet volledig van liefde verstoken blijven, al zijn er alleen nog maar woorden, dan beleef je het toch. Van niets of niemand houden is het ergste.’ Pijnlijk schoon vind ik dat. Dat was haar diepste angst op dat moment. Ik denk dat Duras in een heel diepe eenzaamheid zat, waar die rare jongen een invulling voor was.’

‘Nochtans vind ik haar periode met Yann niet zo interessant. Die vind ik van een nogal dwaze dweperigheid.’

GRUWEL

‘Bij Duras is het drama in haar leven bijna zo groot als in haar boeken. Daarom zijn ze mij zo dierbaar als research voor mijn werk en leven. Waarom dat mij interesseert? Ik denk dat het troost zoeken is. Niet dat ik zoveel leed heb meegemaakt, maar ik kan heel slecht tegen miserie. Ik lijk een sterke vrouw, maar als ze mij pijn doen… ik kan het niet, ik kan het echt niet.’

‘Wat je meemaakt, bepaalt niet noodzakelijk hoe luchtig of hoe diep je door het leven gaat. Sommige mensen zijn echt jaren kapot van een liefdesbreuk, anderen verliezen iemand en kunnen gewoon doorgaan. Sommige mensen rijden verder met een auto vol blutsen, en andere kunnen niet verder rijden met één kras op hun auto. De mijne zit vol blutsen. Misschien is theater mijn manier om dat te compenseren.’

‘Je wil zoveel mogelijk drama op de planken, zodat het niet in je eigen leven gebeurt. Bijna als een soort bezwering, als een offer – waarbij je geen schaap of mens maar een situatie offert. Een ritueel om de gruwel die in ons eigen leven onaanvaardbaar is, af te wenden. Te verzachten.’

‘Hoewel ik denk dat ik in eerste instantie op theater ben gaan staan om aandacht te krijgen.  Zo eenvoudig is dat. Een kind in een groot gezin, eentje in de grote hoop, die op haar vijfde eens op een podium ging staan, en daar nooit meer af is gekomen. Dat aandacht zoeken, dat gezien willen worden, maar niet als uzelf, dat is dan weer het ritueel.’

STERKE VROUW

‘Duras was een geweldig hautaine, pretentieuze vrouw, iemand met veel toupé, maar voor een groot stuk was dat een pose.  Want ze kreeg veel kritiek op haar werk; veel mensen vinden het echt geen literatuur vinden, maar stationsromannetjes. Als je met een kwaaie blik leest, kan je inderdaad zeggen: ‘ze moet haar liefdesverdriet weer opschrijven na zeven whiskey’s in de ochtend.’

‘Bij Duras komt altijd weer Anne-Marie Stretter ten tonele, onder andere bij S Lol V. Stein; iedereen kent dat soort vrouw, zo’n vrouw waarvan elke vrouw als ze die tegenkomt op haar pad weet: ‘oké je wint, hier is mijn man, ik heb geen keus.’ Dat is een afschuwelijk gevoel, maar het is overmacht, dat is duidelijk van in het begin, vrouwen voelen dat. Ik ben niet bijgelovig, ik geloof in niks behalve in wat ik zie, maar toch is dat zo. Misschien was Duras zelf evengoed Stein als Stretter. Heeft ze ook dat kwetsbare in zich. En misschien ga ik er daarom graag zo keihard tegenaan op het theater, om het kwetsbare in mezelf te camoufleren. Dat zou je eens aan een psycholoog moeten vragen.’

‘In veel van haar boeken zag ik een verweesd kind voor mij. Een vrouw die vanuit dat angstige kind-zijn enorm behoefte heeft aan aandacht, aan gezien willen worden. Ik vind dat heel kwetsbaar en dat zijn ook de personages die ik het liefste speel. Dat gaat dan niet om verdriet, maar om: ‘de pijn van het zijn hoeft niet alleen maar pijn te zijn’. Dat komt uit Agatha, een stuk over een broer en een zus die een onmogelijke incestueuze relatie hebben, en samen echt in de pijn gaan zitten om te voelen. Daarmee bedoel ik geen sm, al is in overdrachtelijke zin misschien wel heel de wereld sm.’

‘In Lol V. Stein schrijft ze iets in de zin van: ‘er is een zone waar extreem geluk en extreme pijn in elkaar overgaan, maar er is geen woord voor. En als er al een woord voor zou zijn, dan zou het een groot groot gat zijn.’

Zo’n gevoelens spelen wij graag. Dat heel grote, onafwendbare drama. En altijd weer, ook bij De Waterafsluiter, is het overmacht. Je kan niet anders. Dus kom kinderen, we gaan op de spoorweg liggen. Verschrikkelijk. En toch hou ik daarvan. Ik ben dan heel hard ontroerd en tegelijk denkt een duiveltje in mijn hoofd met de woorden van Max Frish: ‘het is gelukkig niet bij ons’. Dat is de troost die we in drama zoeken.’

‘Over Lol V. Stein schrijft ze hier: ‘zij is nu de aanvoerster van de personages uit mijn boeken. Zij verkoopt het best. Mijn kleine gek.’ Mijn kleine gek. Ze koestert dat gekke meisje. Dat is zo mooi, de schrijfster die haar heeft gemaakt, koestert haar, koestert haar kwetsbaarheid. Daar gaat het toch altijd weer om, om graag gezien willen worden.’

MANNEN

‘De wereld indelen in vrouwen en mannen is misschien de enige zinvolle indeling die er is, want dat zijn de twee enige soorten mensen. Maar voor de rest interesseren veralgemeningen daarover me niet zo. Wat mij veel meer boeit is de pretentie waarmee Duras over mannen spreekt terwijl ze hen tegelijkertijd zo nodig heeft. Dan is zijzelf bijna een personage met een hoek af. Daar heb ik in die voorstelling die ik hierrond met Bo maakte ook mee gespeeld; heerlijk om eens zo grof te mogen zijn tegen mannen. Ook dat mag ik in het leven niet doen.’

‘Want hoezeer ze ook afgeeft op de mannen, ze is eraan verslaafd. Tegen de sterren op. Kijk maar naar De Gelogen Man. Eerst maakt ze hem compleet af, om er op het eind verliefd op te worden. Heerlijk.’

‘Duras hunkert dan naar romantiek en naar mannen, maar ze schrijft dat dan kapot. Maar wel met een eerlijkheid, ongelofelijk. Het is echt een heel eerlijk boek. Maar zouden er oneerlijke boeken bestaan?’

‘Voor mij is Duras in de eerste plaats een oer-verhalenverteller. En verhalen hebben we nodig om de dag leefbaar te maken, maar het is de verhaalbaarheid van de dag, die maakt dat de dag bestaat. Dat onderscheidt ons van de dieren: dat wat wij doen voortleeft in verhalen.’

DOSTOJEVSKI

‘Ik had ook Aantekeningen uit het ondergrondse van Dostojevski kunnen kiezen. Ook geen roman, maar de schrijver zelf aan het woord. Dat boek is bij mij heel heftig binnengekomen, het is één van de zeldzame boeken dat niet nog twee dagen maar nog weken is blijven hangen, tot mijn toenmalig vriendje zei: ‘je moet stoppen met dat boek te lezen, het is je aan het veranderen.’ Ja. Mag dat even?’

‘Het verhaal gaat over het al dan niet geven van een klap. Als ik het mij goed herinner was de essentie het sardonische inzicht waarmee hij uitlegt wat een plezier het is om iemand anders een klap te geven, gekoppeld aan de voordeelsbeschouwing: wat is mijn voordeel van het geven van die klap. Dat is van een gruwelijkheid… dat zijn dingen die ik nog altijd bij personages kan gebruiken. En ook bij mezelf als ik me kwaad maak over een detail. Dan denk ik: heb ik daar nu voordeel bij? Nee. Of misschien wel, misschien moet het eruit, en dan moet ik dat doen tegen een muur of zo.’

‘Die grondgedachte dat wij handelen alleen uit voordeelbejag, is van een gruwelijkheid waar je als achttienjarige aan kapot gaat. Dat slaat je hele nobele romantische wereldbeeld aan scherven. Of zoals mij vader het zei: ‘Attrape ça sur le coin de ta gueule.’ Lap, zegt dat boek. Later ga je filosofen en psychologen lezen, maar voor mij was dat het begin van de moderne psychologie. Dostojevski. Niet meer in metaforen en met personages, maar gewoon rechtstreeks. Dat was heftig hoor!’

DE AUTEUR: een van de grote enfants terribles uit de Franse literatuur, minstens even bekend om haar leven dan om haar werk. Toneel- en romanschrijver, scenariste, regisseuse, alcoholiste, feministe en minnares. Hanteerde bijna heel haar leven lang dezelfde kledingstijl (het MD-uniform) onder het motto: ‘het was nergens voor nodig dat ik mooie kleren aantrok, omdat ik schreef.’

HET BOEK: de neerslag van een reeks gesprekken met huisvriend en journalist Jérôme Beaujour, die nadien zo geordend zijn dat ze bijna poëtische verhaaltjes vormen. Openhartig en tegelijk nors, zoals alleen Duras dat kan zijn.

VERSCHENEN IN: 1988
MARGUERITE DURAS, Het materiële leven – Uitgeverij Arena / Rainbow pocketboeken, 187 p.’s, enkel tweedehands, vanaf 5,90€

Thomas Mann, James Joyce en Marcel Proust hebben hun plaats in de literaire hemel al veroverd. Elke week vraagt DSL aan een overtuigde lezer wie een plek naast hen verdient.  Actrice Katelijne Verbeke schitterde onlangs nog als de door schuldgevoel verpletterde Elvire in Het Goddelijke Monster. Op de planken is ze momenteel te zien in Ijzergordijn en binnenkort in Land’s End.