nieuwjaarsbrief #happynewqueer

29/01/2021 — Antwerp Queer Arts vroeg me een nieuwjaarsbrief te schrijven voor hun Happy New Queer uitzending.
Je vindt ‘em hieronder. De hele show kan je heel januari bekijken via www.destudio.com

Liefste,

Ik begin maar gewoon met liefste, want weet ik veel wie jij bent. Of wat onze relatie is. Zoveel mensen als er zijn, zoveel vormen kent de liefde. En tegelijkertijd maar één, want haar kern is altijd dezelfde. Liefde, welke jasje ze ook draagt, kinky leder of fluffly velours, is een nauwere nabijheid. Een connectie die altijd iets onverklaarbaars in zich draagt. Iets irrationeels ook. Liefde is er, ontegensprekelijk, soms ook onbegrijpelijk, en ze valt niet uit te leggen. Waarom. Voor wie. Hoelang. Hoezeer. (En waarom plots niet meer.)

Liefde houdt zich niet aan regels of conventies. Laat zich niet ordenen. Beperken of bepalen. Ze woekert. Wild en wonderlijk. In al haar vormen. Veel liefde is tweestammig. Maar soms ontspruit ze anders, of vertakt zich gaandeweg. Vormt bosjes en bosschages. Of een woud, waarin je zelf de weg verliest en door het bos de bomen niet meer ziet. Het ene is niet beter dan het ander. Want al wat leeft is heilig, de liefde nog het meest.

Helaas — de snoeischaar van de maatschappij heeft minder fantasie. Dat bleek maar weer eens afgelopen jaar. Corona stelde regels aan wie wie beminnen mocht. En hoe. En waar. Hoe vaak. En met hoevelen. Waaruit nog maar eens bleek wat de norm is, in de liefde. Want elke maatregel werd gemaakt op maat van het gezin. Twee ouders. Een paar kinderen. Eén huis. Al wie daarbuiten viel, moest worstelen en zoeken. Naar kieren in de plooien van de wet. Naar sluipwegen en achterdeurtjes. Voor wie alleen. Of met z’n drieën. Grensoverschrijdend. Single. Dubbelhuizig. LAT-tend. Of buitenechtelijk. Het duurde lang voor daaraan werd gedacht. En lang niet alles kreeg een oplossing.

Nochtans — intussen — tegelijkertijd toonde de liefde ook haar kern. Bleek iedereen te smachten naar hetzelfde. Verenigd in verlangen en gemis. In huidhonger. Een genderloze, leeftijdsloze, mateloze statenloze drift. De nood te worden aangeraakt. Al is het maar voor even. Een knuffel. Wat stoeien. De zachtheid van een kus. (Geen wonder dat ons ‘knuffelcontact’ meteen internationaal viraal ging. Pun not intended.)

Nooit eerder kende ons lichaam zo weinig contacturen. Geen skype, geen zoom, geen jitsi die dat kon compenseren. Een ander aan te raken. Een vriend te omhelzen. Een kind op te tillen. Je ouders te kussen. Je minnaar te voelen. Te ruiken. Te smaken. Van dichter dan dicht.

Een walsje, een tango, een wissel van partner. Ontdekken, verkennen, en weer laten gaan. Het dansen. Het dollen. ‘t Onschuldig omhelzen. Bij spel en bij sport. Of om iemand te troosten. Hey, pak me eens vast. Een schouder. Twee armen. Jouw hand op mijn hand.

Soms mag het wat meer zijn. Een hand in je haar. Vijf vingers die woelen. En strelen. En afglijden naar de rand van je oor. Je aanraken, teder en bijna onvoelbaar. Als een belofte langs je wenkbrauw strijken. Een voorschot op het genot dat straks volgt. Een duim op je lippen. Een vochtigrood glijden. Wat speeksel dat blinkt. Dan kussen. Ja kussen. Oneindig lang kussen. Met tongen en tanden en happen en bijten. Jouw adem. De mijne. Diep, donker en warm. Van strelen naar spelen. En duwen en plagen. Een klap op je kont die nog uren blijft staan. Vijf vuurrode vingers. Gestempelde passie. Kijk jij maar uit, voor wat er straks volgt. Een ruk aan een tepel. Een beet in je buik. Dan lager, steeds lager, en toch weer omhoog. Het plagen, het wachten. Uit eigen beweging. Niet door een verbod. Dan verder, en sneller. Of trager en minder. Iets hards of iets zachts. Met twee of met velen. Met al wie je wenst.

Het strelen, het neuken, het likken, het hijgen,
het willen, het moeten, het kreunen, het komen,
het kussen, het rusten, het liggen, het zwijgen,
het inslapen bij wie je morgen pas kent.

Niets van dat alles was ons de afgelopen maanden gegund. Zelfs tijdens het sterven mochten we elkaars hand niet vasthouden. Daar is toch geen mens voor gemaakt? Want net zo, in de aanraking van huid op huid, vertelt ons lichaam wat taal niet gezegd krijgt. In die kleine gebaren tonen we onze passie. Onze angsten. Onze speelsheid. Ons verlangen. Huid op huid. Geven we onszelf bloot.

Dus dat wens ik u, voor volgend jaar. Huid.
Moge in 2021 de huid weer hoogtij vieren.
En wij lijf aan lijf het nieuwe jaar ingaan.

Graag wil ik afsluiten met een versje.
Dat hoort zo, bij nieuwjaarsbrieven.

Met mijn armpjes open
Kom ik naar je toegelopen
Een kusje hier, een kusje daar
Een heel gelukkig nieuwjaar!

 

Uw kapoen,
Gaea