Sushi in het rusthuis #kew2017 #opinie

De opgelegde werken in de Koningin Elisabethwedstrijd doen elk jaar stof opwaaien; hedendaags klassiek ligt moeilijk bij media en publiek. De editie van dit jaar leek eraan te ontsnappen, maar de laatste finale-avond was het alsnog prijs. “Laat ons eerlijk zijn, geen mens luistert naar die nieuwe muziek,” liet ex-kew-presentator Fred Brouwers zich ontvallen.

Voor de goede orde: Brouwers corrigeerde zijn slip of the tongue meteen en verklaarde zich een grote fan van het genre. Maar ongewild raakte hij wel een gevoelige snaar (en trapte nogal wat liefhebbers en uitvoerders van het genre op hun hart, bleek algauw op Facebook): we luisteren inderdaad veel te weinig. Want nieuwe muziek is ‘moeilijk’, wordt bijgevolg te weinig gespeeld in reguliere concert-programmatie (laat staan dat we het ooit op televisie zien) en blijft dus ‘vreemd’. En wat vreemd is, lusten we niet. Sommige dingen moet je leren eten. Ooit werd, bij wijze van experiment, in een rusthuis sushi geserveerd. De waardering was matig. “Rauwe vis?!” “Dat is iets raar.” “Doe mij maar patatjes.” Voor de goede orde: we willen het publiek van de #kew niet met een rusthuis vergelijken, we hadden ook kinderen en witloof kunnen nemen. Toch waren de reacties van het publiek op de plichtwerken opvallend positief. Dat is logisch, want de Koningin Elisabethwedstrijd is eigenlijk een godsgeschenk voor de emancipatie van nieuwe muziek. En wel hierom:

je leert het genre kennen in homeopatische doses, met een klein hapje tegelijk: vijf minuutjes in de halve finale, 13 in de finale. Sportweekend uitzitten duurt langer, en dat doen vele mensen om hun partner een plezier te doen.
Als je wil, kan je hetzelfde werk respectievelijk 24 of 12 keer horen. Canvas moedigde dat zelfs aan. Terecht. Het is niet alleen een buitenkans om de kandidaten te vergelijken, want elk van hen legt zijn eigen persoonlijkheid in het werk, maar ook om het werk zelf te ontdekken door het meermaals te horen, een kans die je zelden krijgt met nieuwe muziek. Die herhaling loont, want onze hersenen en ons oor hebben tijd nodig om aan een stuk te wennen. We herkennen het niet. Een van de redenen waarom we ‘oude’ klassiek als ‘makkelijker’ ervaren is alleen dat we de ‘taal’ kennen, maar ook dat we de stukken vaak, bewust en onbewust, al tientallen keren gehoord hebben, in films en op de radio. Hedendaags? Quasi nooit. Zelfs het ‘hedendaagse repertoire’ is onbekend bij het grote publiek.
Je kan de kandidaten zien spelen. En dat maakt nieuwe muziek 1000x makkelijker te begrijpen, want op het gehoor herkennen we de klanken niet, maar in beeld is het zelfs spannend een cellist met een creditcard aan de slag te zien. Bovendien helpen de visuele prikkels ons brein om de onbekende informatie sneller te begrijpen. Onbekend geluid. Aha: klankschalen op een paukenvel.

Tot zover de publiekshandleiding. Maar eigenlijk is deze wedstrijd er in de eerste plaats voor de musici. Dankzij het plichtwerk krijgen de finalisten de buitenkans om met een levende componist samen te werken: eindelijk kunnen ze wel vragen waar ze bij pakweg Bach moeten naar gissen. Want ook zij hebben vaak weinig ervaring met het genre: op veel conservatoria is het nog steeds een ondergeschoven kindje, en in concertprogramma’s geen publiekstrekker. Maar dat was ‘nieuwe muziek’ nooit: Beethoven zei ooit tegen zijn publiek en zijn muzikanten dat hij niet voor hen schreef, maar voor de volgende generaties. Nu is zijn muziek ‘veilige’ programmatie voor concertzalen en radiozenders: met Ludwig zit je safe. De vijfde? Volle zaal.

Waarmee we maar willen zeggen: echte kunst is haar tijd vaak vooruit. Als elke kunstenaar had moeten wachten tot de smaak van het publiek en de tijd rijp waren voor zijn werk, had Picasso nooit geschilderd. Op de keper beschouwd heeft kunst geen verplichting tegenover haar publiek; ze moet niet behagen, niet door veel mensen graag gehoord worden, maar uitdagen. En het publiek heeft in zekere zin de plicht daar moeite voor te doen. Maar het moet natuurlijk wel de kans krijgen.

De plichtwerken van de Elisabethwedstrijd verleiden elk jaar tientallen luisteraars tot een eerste voorzichtige vrijage met nieuwe muziek. Bij sommigen wordt het liefde. Als het grote publiek de rest van het jaar eveneens regelmatig geconfronteerd zou worden met hedendaags klassiek, zou die sushi veel makkelijker binnenglijden. Wat zeg ik? Binnen de kortste keren was de boel zo hip dat iedereen spontaan aan de sashimi zou beginnen.

Gaea Schoeters, auteur & Annelies Van Parys,  componist plichtwerk halve finale

Share